Nederlands–Fries woordenboek

Friese vertaling van het Nederlandse woord trekken

Nederlands → Westerlauwers Fries
  
NederlandsWesterlauwers Fries (indirect vertaald)Esperanto
(aanlokken; aantrekken)
ferlokje
(aanhalen; aantrekken)
oanlûke
🔗 Maar het was het etiket dat Poirots aandacht trok.
(tekenen; aftekenen; uittekenen)
tekenje
(aftrekken; laten trekken; zetten)
ôftrekke
🔗 „Het bespaart me in de voeding”, placht zij te zeggen wanneer ze er een voedzaam soepje van trok.
sûgje
;
sûchje
suĉi
🔗 Hij trok aan zijn sigaar.
(halen)
tsjen
;
lûke
🔗 Als je aan dit touw trekt, halen we je weer naar boven.
(bewegen; zich bewegen; zich verroeren; zich voortbewegen)
bewege
;
(aanlokken; bekoren; trekken)
ferlokje
🔗 Volgens Thompson trekt ICE ook de verkeerde mensen aan.
(aanhalen; trekken)
oanlûke
(aandoen; opzetten)
oandwaan
🔗 Toen trok hij schone kleren aan.
(inhouden)
poffe
(wegtrekken)
ôflûke
fortiri
(trekken)
ôftrekke
(korten)
ôfslaan
(afnemen; aanschaffen; overnemen; zich aanschaffen)
oanhannelje
;
oankeapje
;
oanriede
;
oantuge
;
🔗 En ook zij hebben hun biljetten via u betrokken?
(rekken; uitleggen; verlengen)
ferlingje
(afwenden)
ôfdraaie
🔗 Daar beschouwde men de aanval op de Marshalleilanden alleen maar als een poging van de vijand om aan ons zuidelijke operatiegebied kracht te onttrekken.
(bouwen)
konstruearje
;
🔗 Het hout, waarvan dit gebouw was opgetrokken, was nieuw.
(tractor)
🔗 Het vervoer vindt plaats met een krachtige trekker.
(uitwijken)
emigrearje
(rekken)
ferlingje
(afdoen; afleggen; afzetten; uitdoen; uitkrijgen)
ôfdwaan
;
ôflizze
;
ôfsette
🔗 Hij trok zijn jas uit en legde die over een stoel.
(afgaan; weggaan; zich verwijderen; heengaan; opstappen; ervandoor gaan);
ôfstekke
;
🔗 De volgende morgen vertrok Robert.
(begunstigen; bevoordelen)
begeunstigje
(aftrekken)
ôflûke
fortiri
🔗 Heb jij ooit de etensbak van je eigen hond durven wegtrekken?